Eenheid 5, les 9 + 11

12345678
Across
  1. 2. Een kip die wel vrij rond mag lopen van de boer en niet in een heel klein hokje zit.
  2. 3. Er is heel veel herrie.
  3. 5. Een leven vol met narigheid, een slecht leven.
  4. 8. Geen echte tranen maar een beetje neptranen. Je hebt niet echt verdriet.
Down
  1. 1. Een spreekwoordelijke term voor ‘het heel erg goed hebben’. Jij hebt een …………………..
  2. 2. Wolkjes die op schaapjes lijken
  3. 4. Met iets doorgaan of verder gaan.
  4. 6. Ze doet zich te …. aan dat lekkere taartje
  5. 7. Iemand voor wie het feest geeft, bijvoorbeeld de jarige.