Across
- 2. Een insect dat net uit het ei is gekomen. Een soort rups. Later wordt het bijv. een vlieg/vlinder.
- 8. Dingen bij elkaar doen of twee dingen tegelijk doen.
- 9. Een reis om iets te onderzoeken.
- 11. Groter maken
Down
- 1. Een hele verzameling van iets hebben.
- 3. Een ronde bak met gaatjes erin. Je gebruikt het om eten dat nat is in uit te laten druppelen.
- 4. Dichtgooien met aarde. Bijvoorbeeld een put. Of het geluid tegenhouden.
- 5. Wat je achter iets anders ziet. Bijvoorbeeld op het scherm van je telefoon, digibord of computer.
- 6. Een lang kledingstuk. Het lijkt op een jurk.
- 7. Ergens de schil of de dop vanaf halen. Bijvoorbeeld van een uit, een ei of een pinda.
- 10. Iets laten groeien. Bijvoorbeeld champignons of prei.
