Eenheid 7, les 5 + 7

123456789
Across
  1. 2. Een lang kledingstuk. Het lijkt op een jurk.
  2. 8. Een hele verzameling van iets hebben.
  3. 9. Een kast van glas om spullen in uit te stallen. Zoals in een museum of winkel.
Down
  1. 1. We zitten in …. en as. We zijn erg treurig.
  2. 3. Een reis om iets te onderzoeken.
  3. 4. Alles wat er bij hoort is er ook. Er ontbreekt niets.
  4. 5. Groter maken
  5. 6. Je kunt er een …. horen vallen. Het is er doodstil.
  6. 7. Ergens mee stoppen omdat je denkt dat het toch niet gaat lukken.