Eenheid 7 les 7-9-11 woordenschat

123456789101112131415161718192021
Across
  1. 4. steeds
  2. 10. erg haastig
  3. 11. iets wat je terugdoet of terugzegt
  4. 12. elkaar niet goed begrijpen
  5. 14. op een paard gaan zitten
  6. 16. plaats waar vanzelf water uit de grond komt
  7. 17. van links naar rechts
  8. 19. van boven naar beneden
  9. 20. riem of band voor om je middel
Down
  1. 1. woorden die elkaar kruisen in een puzzel
  2. 2. begrepen worden
  3. 3. heel veel geld
  4. 5. schuin van boven naar beneden
  5. 6. oude versleten kleren
  6. 7. steken
  7. 8. als iemand graag anderen helpt
  8. 9. wijd open doen
  9. 13. een schip zonder uitsteeksels
  10. 15. iets bloot maken
  11. 18. ergens mee beginnen
  12. 21. smal, nauw