Eilanden week 1

12345678910111213141516171819
Across
  1. 4. Ver weg van de bewoonde wereld
  2. 5. Van of voor mensen die voor hun plezier reizen
  3. 10. Kracht van iets of iemand om iets of iemand anders naar zich toe te halen
  4. 11. Lopen over doorwaadbare plaatsen in de Waddenzee tijdens eb
  5. 14. Gezegd van iets wat doet denken aan iets lelijks
  6. 15. Wild, woest, moeilijk te bedwingen
  7. 16. Ondiepe plaats voor de kust waar de golven spattend en schuimend omslaan
  8. 17. Grote landmassa, tegengestelde van eiland
  9. 19. Een schip vastmaken aan de kade
Down
  1. 1. Zoeken van aangespoelde dingen langs het strand
  2. 2. Rond inham van de zee in het land
  3. 3. Ergens een tijdje zijn, verblijven
  4. 6. Het ervan uitgaan dat iets gaat gebeuren zoals je denkt
  5. 7. Steile afbrokkelende rotskust
  6. 8. Eb en vloed
  7. 9. Onderdeel zijn van een geheel of groep
  8. 12. Heel erg druk en rommelig
  9. 13. Van een schip op het land stappen
  10. 16. Toegankelijk, als je iets of iemand kunt bereiken
  11. 18. Allerfijnst, heerlijkst