English Unit 3.11

12345678
Across
  1. 4. oversized
  2. 5. je hebt iets gekregen
  3. 7. je voelt je minder goed
  4. 8. trainen
Down
  1. 1. je hebt humor
  2. 2. wight je wordt dunner
  3. 3. je raakt ergens geobsedeerd aan
  4. 6. je geeft het op