Across
- 3. Je vindt mij in het geel, groen en in het rood. Je eet mij rauw en jij eet mij gekookt. Ik ben niet groot maar ben mooi gevormd en heb een mooi stengeltje
- 6. wat is dit?
- 7. In de zomer ben ik heerlijk fris, ik lig in een groene krop blaadjes op het veld.
- 8. Als jij mij eet, krijg je mooie ogen. Konijntjes eten mij graag.
- 10. Alle ... zijn krom
- 11. We zijn heel kleine, groene, ronde bolletjes en wij zijn heel lekker bij worteltjes.
Down
- 1. Van mij maak je wijn
- 2. De sint brengt mij mee, het geeft mij extra vitamientjes. Ik ben rond en oranje.
- 4. Als je ons schilt, krijg je tranen in de ogen
- 5. Ik kijk zuur als ik een ... eet
- 9. Ik ben niet groot, wij hangen samen aan een plantje, ik ben lekker met een ijsje en je vindt mij nu overal.
