Gespreksboek 13 mei 2015

123456789
Across
  1. 1. karakter, iemand die niet slim is
  2. 3. kleding, dit zit in je schoenen en kun je strikken
  3. 4. geld, je hebt het nodig om te pinnen
  4. 5. tijdstip, op dit moment van de dag slaapt meestal iedereen
  5. 7. wanneer, de dag voor vandaag
  6. 9. dieren, een dier met 8 poten en het maakt een web
Down
  1. 1. in de stad, een plaats waar je (wilde) dieren kunt bekijken
  2. 2. het is, tegenovergestelde van dun
  3. 6. Europa, het land direct onder Nederland
  4. 8. ergens anders, je kunt er op naar boven of naar beneden lopen