Herhaling grammatica & spelling (2)

12345678910111213141516
Across
  1. 3. Een bedrijvende zin noem je ook wel …
  2. 4. ‘sommige(n)’ schrijf je alleen met als het gaat om …
  3. 5. ‘Dat is echt super saai!’ Deze zin heeft een … gezegde
  4. 6. ‘mijn, jullie, ons, iemand, niets, zich, wie, dat, ik’ Dit zijn allemaal …
  5. 10. ZWOBBELS + HDV is het ezelsbruggetje voor …
  6. 12. 'Die fiets is de mijne.' In deze zin is 'mijne' een ...
  7. 13. Gebruik je als je een woorddeel weglaat
  8. 15. Dit zinsdeel vertelt iets over de handeling
Down
  1. 1. De … autoweg (afsluiten)
  2. 2. De … tent (opzetten)
  3. 5. Het deel van de zin waaraan het onderwerp wordt gekoppeld
  4. 7. Dit woord zegt iets over een zelfstandig naamwoord
  5. 8. ‘De hond wordt door zijn baasje geaaid.’ In welke vorm staat deze zin?
  6. 9. De bijstelling en de bijwoordelijke bepaling zijn allebei …
  7. 11. ‘Hanneke vertrok naar Frankrijk.’ Deze zin staat in de … verleden tijd
  8. 14. 'De cadeautjes gaf Annabella aan mij.' Het onderwerp van deze zin is...
  9. 16. De afkorting van ‘belasting over toegevoegde waarde’