Across
- 3. versnelling Als je de auto in een hogere versnelling zet, laat je de motor harder werken. Je kunt dan harder rijden.
- 5. aantocht zijn Als iemand in aantocht is, is hij onderweg. Hij komt er binnenkort aan.
- 6. Daarna.
- 8. Maar.
Down
- 1. Toevallig ergens terechtkomen.
- 2. Langzaam rijden, je gaat niet veel harder dan iemand die loopt.
- 4. Heel snel, bliksemsnel.
- 7. voertuig Met een voertuig vervoer je mensen of dingen. Bijvoorbeeld een auto, een fiets of een brommer.
