Groep 5 Thema 1 week 2

12345678
Across
  1. 3. versnelling Als je de auto in een hogere versnelling zet, laat je de motor harder werken. Je kunt dan harder rijden.
  2. 5. aantocht zijn Als iemand in aantocht is, is hij onderweg. Hij komt er binnenkort aan.
  3. 6. Daarna.
  4. 8. Maar.
Down
  1. 1. Toevallig ergens terechtkomen.
  2. 2. Langzaam rijden, je gaat niet veel harder dan iemand die loopt.
  3. 4. Heel snel, bliksemsnel.
  4. 7. voertuig Met een voertuig vervoer je mensen of dingen. Bijvoorbeeld een auto, een fiets of een brommer.