groep4

123456789101112131415
Across
  1. 3. het rijdt over een spoor
  2. 6. zit tussen je voet en je onderbeen
  3. 8. iemand die liedjes zingt
  4. 10. dit maak je met lang haar
  5. 12. vindt je op het strand
  6. 14. maak je de boot aan vast
  7. 15. een vliegtuig vliegt in de ....
Down
  1. 1. op zondag ga je naar de ......
  2. 2. deel van je hand
  3. 4. dit komt van de koe en kan je drinken
  4. 5. geen meisje maar een ....
  5. 7. dit heb je nodig om te schilderen
  6. 9. rijdt de trein overheen
  7. 11. dit heb je nodig om te vissen
  8. 13. het heeft twee wielen