H6

12345678910111213141516171819
Across
  1. 6. De manier waarop mensen denken.
  2. 7. De uitbreiding van een gebied of van invloed.
  3. 8. De leer van de bouw van het (menselijk) lichaam.
  4. 11. Groot landbouwbedrijf waarop één product werd verbouwd, zoals rietsuiker, koffie of tabak.
  5. 12. Kruiden die rijke Europeanen gebruikten om het eten meer smaak te geven.
  6. 13. De ideeën die mensen hebben over de hun bekende wereld.
  7. 14. Een techniek waardoor je de indruk kunt wekken dat er diepte zit in een (plat) schilderij.
  8. 15. De cultuur in de overgangsperiode van middeleeuwen naar vroegmoderne tijd. In deze tijd (1300-1600) keek men met een nieuwe blik naar de oudheid en kwam de mens centraal te staan.
  9. 16. Gebied buiten het eigen land dat is veroverd en wordt bestuurd door het moederland.
  10. 18. Geleerde uit de tijd van de renaissance, die teksten uit de oudheid bestudeerde en vertaalde.
  11. 19. Rijk Het Turkse Rijk dat in de 15e eeuw steeds machtiger werd en in 1453 Constantinopel innam. Hiermee kwam een einde aan het Oost-Romeinse Rijk.
Down
  1. 1. tijd De periode van de 16e tot en met de 18e eeuw.
  2. 2. Regels waaraan leden van een samenleving zich moeten houden, bijvoorbeeld ‘afval gooi je in de prullenbak’ of ‘diefstal is verboden’.
  3. 3. De handel in mensen uit Afrika die in Amerika op plantages en in mijnen moesten werken.
  4. 4. Reizen naar gebieden die tot dan toe onbekend zijn.
  5. 5. Volk dat tussen ca. 1440 tot 1536 in het huidige Peru (Zuid-Amerika) een groot rijk had.
  6. 8. Volk dat tussen ca. 1200 en 1521 in het huidige Mexico (Midden-Amerika) een groot rijk had.
  7. 9. De ideeën die mensen hebben over zichzelf en de mensen om hen heen.
  8. 10. Een fort met een haven, pakhuizen en woningen langs de nieuw ontdekte kusten van Azië, Afrika en Zuid-Amerika.
  9. 17. Zaken die mensen belangrijk vinden in hun leven, zoals behulpzaamheid, eerlijkheid of een goed christen zijn.