H7 Is de overheid nodig?

12345678910111213141516171819202122232425262728293031
Across
  1. 3. sector Deze sector levert diensten en goederen die in principe voor iedereen zijn bestemd en is er niet op gericht om winst te maken.
  2. 5. Deze wet zorgt ervoor dat mensen die op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn geworden in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Je moet dan minstens 17 jaar oud zijn.
  3. 6. De overheid geeft een geldbedrag aan mensen met een laag inkomen, die anders niet fatsoenlijk kunnen wonen.
  4. 7. Alle instanties samen die met de gezondheid van mensen bezig zijn.
  5. 8. Hierin geeft de minister van financiƫn een toelichting (uitleg) over de Rijksbegroting. Hij legt bijvoorbeeld uit waarom bepaalde bedragen meer of minder zijn dan in het jaar daarvoor.
  6. 10. volksverzekeringen De bedragen die betaald moeten worden voor de AOW, de ANW en de AWBZ.
  7. 11. Bedrag dat je per periode moet betalen voor een verzekering
  8. 12. Als je om gezondheidsredenen niet meer in staat bent om volledig te werken, krijg je alleen een uitkering voor de uren die je echt niet meer kunt werken. Er wordt zoveel mogelijk gekeken naar wat je nog wel kunt doen.
  9. 15. De verplichte bijdragen die de burgers en bedrijven aan de overheid betalen.
  10. 17. Overzicht van de inkomsten en de uitgaven die het Rijk het komende jaar verwacht te hebben. Deze wordt bekend gemaakt op Prinsjesdag.
  11. 19. sector Deze sector wordt gevormd door bedrijven en burgers. Deze sector is er wel op gericht winst te maken.
  12. 21. Een geldbedrag dat overheid geeft aan iemand of een bedrijf, waarvoor je geen tegenprestatie hoeft te leveren. De overheid probeert hiermee bepaalde activiteiten te stimuleren.
  13. 23. Overige inkomsten van het Rijk, bijvoorbeeld de opbrengst van aardgas en boetes
  14. 27. Deze wet regelt dat mensen een uitkering van de gemeente kunnen krijgen als ze geen andere inkomsten (meer) hebben en ook geen groot eigen vermogen (bezit van geld of goederen) hebben. Hiervoor moet je minstens 18 jaar zijn, Nederlander zijn (of een verblijfsvergunning hebben). Ze hebben geen andere mogelijkheid om aan geld te komen.
  15. 29. Een belasting die huiseigenaren aan de gemeente moeten betalen. Ook als een pand niet als woning wordt gebruikt, betaal je dit.
  16. 30. Een extra belasting op bepaalde consumptiegoederen om het gebruik ervan af te remmen (zoals bij alcohol, tabak en benzine).
  17. 31. Het percentage (%) personen, ouder dan 65 jaar, neemt in een bepaald land toe. Hierdoor neemt het aantal werkenden af.
Down
  1. 1. Loonbelasting en premie volksverzekeringen (heffing is een bedrag dat je aan de overheid moet betalen)
  2. 2. minimum Het door de overheid vastgestelde bedrag dat je minimaal nodig hebt om van te kunnen leven.
  3. 4. Sociale verzekeringen die bestemd zijn voor alle inwoners, bijvoorbeeld de AOW en de ANW. Deze verzekeringen gelden voor iedereen, dus ook voor mensen die niet werken.
  4. 5. Sociale verzekeringen die bestemd zijn voor wie in de loondienst werkt of gewerkt heeft. Omdat je premies aan je werkgever betaalt ben je automatisch verzekerd van een uitkering als het misgaat. Voorbeelden: de WW of de WIA.
  5. 9. Dit houdt in dat iedere inwoner van Nederland vanaf zijn 65e recht heeft op een bepaald ouderenpensioen (uitkering). De hoogte van deze uitkering is voor iedereen hetzelfde.
  6. 13. Land waar de overheid de burgers helpt als dat nodig is. Er zijn ruime mogelijkheden voor uitkeringen en de overheid geeft veel geld uit aan gezondheidszorg, woningbouw en onderwijs. Nederland is hier een voorbeeld van.
  7. 14. Als de overheidsinkomsten groter zijn dan de overheidsuitgaven.
  8. 16. de inkomsten van de gemeenten onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, hondenbelasting en parkeergelden
  9. 18. Het afstoten van taken of bedrijven van de overheid naar de particuliere sector. Dit is in Nederland bijvoorbeeld gebeurd met busmaatschappijen, energiebedrijven (gas, water en licht), postbedrijven, spoorwegen en telefoonbedrijven.
  10. 20. Betaling van een bedrag waarop iemand recht heeft. Bijvoorbeeld een werkloosheidsuitkering.
  11. 22. belasting over de toegevoegde waarde (of omzetbelasting). De leverancier moet de BTW afstaan aan de belastingdienst. De BTW is meestal 19%. Voor sommige goederen, zoals noodzakelijke levensbehoeften is het tarief 6%.
  12. 24. Schuld van de overheid omdat ze meer uitgaf dan ontving. De overheid leent dan geld en moet daarover rente betalen.
  13. 25. Totale uitgaven van de overheid.
  14. 26. zekerheid De wetten de je recht geven op een inkomen dat voldoende is om van te kunnen leven en op de nodige zorg bij ziekte.
  15. 28. Deze wet regelt dat een werknemer, als hij zijn baan buiten zijn schuld verliest, een uitkering krijgt.