handelstermen en -begrippen

12345678910111213141516171819
Across
  1. 1. de verwerkingssector of ...... sector bevat o.a. de bouw-, metaal-, voedings- en textielnijverheid, mijnbouw, chemische industrie
  2. 2. de standaard duur van een privé huurovereenkomst is ...... jaar
  3. 6. natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap zijn de vier .......
  4. 9. een tussenpersoon die zich specialiseert in de aankoop en wederverkoopt aan detaillisten
  5. 10. een ander woord voor "gezamelijk aanbod"
  6. 11. het totaal aantal producten in het productassortiment wordt aangeduid als de ...... van het assortiment
  7. 14. een som die dient als garantie voor de verhuurder indien hij niet zou worden vergoed wanneer de huurders hun verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet nakomen
  8. 19. verkoopsysteem waarbij de klant eerst zelf kijkt of hij een artikel kan vinden. Daarna kan hij advies vragen aan de verkoper.
Down
  1. 1. periode van ongeveer één maand die voorafgaat aan het begin van de winter- en zomersolden
  2. 3. de verhuurder en huurder zijn verplicht om het handelshuurcontract te ....... bij de ontvanger der registratierechten
  3. 4. dankzij de ...... heeft de mogelijke koper bedenktijd, de verkoper verbindt zich ertoe om het onroerend goed voor bepaalde tijd niet aan een ander te verkopen
  4. 5. een voedingsmiddel dat op ambachtelijke wijze bereid is met grondstoffen uit een bepaalde regio noemen we een .....
  5. 7. het bij elkaar plaatsen van artikelen die een soort "familie" van mekaar vormen
  6. 8. garantie die een verkoper of producent bovenop de wettelijke garantie kan aanbieden aan de consument
  7. 12. een logo op een product waarmee de fabrikant een bepaalde kwaliteit van dat product belooft
  8. 13. een formule waarbij je zelfstandig je winkel runt maar toch kan profiteren van de voordelen van een grote organisatie
  9. 15. alles verkopen, de voorraad opruimen bij stopzetting
  10. 16. een notariële akte wordt ook een ........ akte genoemd
  11. 17. bij een ..... verkoop wordt een goed verkocht in het bijzijn van publiek
  12. 18. de weg die een klant in de winkel moet afleggen; hetzij gedwongen, hetzij vrij