Across
- 4. Man die de post brengt
- 7. Die man bouwt in 10 minuten een kast. Hij is heel
- 9. Wat weinig geld kost is
- 11. Deel van een binnenspeeltuin met ballen
- 14. Erg sterk of fel, in hoge mate
- 19. Mand voor afval
- 20. Make-up voor de lippen
- 21. Niet moeilijk
- 22. Grote ballon die als vaartuig gebruikt wordt
- 27. Ik heb te veel gegeten, ik moet braken. Ik ben
- 29. Waarin de spin haar prooien vangt
- 31. Man die aan het hoofd van een land staat
- 32. Groene, langwerpige groente
- 34. Blij, tevreden, goed
- 35. Wat pijn doet is
Down
- 1. Stromend water dat van een hoogte naar beneden stort
- 2. Tijdmeter met zand
- 3. Ergens aan werkend, ik ben
- 5. Groot grijs zoogdier met slagtanden
- 6. Ik zie sterretjes en ik heb het gevoel dat ik draai. Ik ben
- 8. Grote gele bloem, vernoemd naar de zon
- 10. Als iets verband houdt met de koning, dan is het
- 12. Wat te maken, heeft met de stad
- 13. Toestand waarin je gezond bent
- 15. Man die kan toveren
- 16. Opbergdoos voor de bril
- 17. Als je rap toegeeft, dan ben je
- 18. Een snee brood
- 23. Aanspreektitel van een vorst
- 24. Sap van een appel
- 25. Iets waar je aan werkt, is een
- 26. Ik ben dat heel zeker. Ik weet dat met
- 28. Traag dier met schild
- 30. Een slangenbeet is giftig. Dit is
- 33. Als je iemand aangenaam of vriendelijk vind
