Help! Ik was op TV!

12345678910111213141516171819
Across
  1. 4. Een scheut, een kleine hoeveelheid.
  2. 5. Onaangenaam, koud.
  3. 8. Een verzoekschrift, een blad om te ondertekenen als je ermee akkoord bent.
  4. 10. Heel duidelijk, uitdrukkelijk, expliciet.
  5. 12. Plotseling en op een onaangename manier.
  6. 14. Met geen limiet, het kan altijd.
  7. 16. Erg veel plezier in iets hebben.
  8. 17. Een hoofddeksel met een handdoek gecreƫerd.
  9. 18. Een dekmantel, schijn.
  10. 19. Overhalen, een persoon overtuigen.
Down
  1. 1. Een restyling van je kledij en kapsel.
  2. 2. Wild knaagdier dat onder meer in de Alpen voorkomt.
  3. 3. Met veel geluid eten.
  4. 6. Raar gedrag, praatjes.
  5. 7. Kletsen, hard neervallen.
  6. 9. Hoorbaar drinkend.
  7. 11. De naam van het hoofdpersonage
  8. 13. Een plankje waar je A4'tjes op kunt vastklemmen.
  9. 14. Met veel durf omdat je je sterk voelt.
  10. 15. Een synoniem voor draaiend.