herhaling woordenschat

12345678910111213
Across
  1. 2. Ik vind het leuk om musea te ...
  2. 7. product uit de regio
  3. 8. attractie op een spoor, meestal snel
  4. 10. waar ga je naartoe? = waar ga je ...?
  5. 11. gelegenheid waarbij prijzen worden gegeven
  6. 13. De Efteling werd ... tot het beste attractiepark
Down
  1. 1. sport in de sneeuw
  2. 3. niet in Europa = ... Europa
  3. 4. Ze zal de kinderen naar school ... met de auto
  4. 5. rekening houdend met kinderen
  5. 6. grote auto waarin goederen vervoerd worden
  6. 9. in de zon liggen en bruinen
  7. 12. bereid voedsel