Hertenkamp

123456789
Across
  1. 2. Bedacht en opgeschreven
  2. 3. Passend
  3. 4. In zicht hebben
  4. 6. Op het laatst
  5. 8. Ervoor zorgen dat dieren jongen krijgen
  6. 9. Iemand ziek maken
Down
  1. 1. Hij is goed en lief
  2. 2. Wat je ergens omheen zet, bijvoorbeeld om een tuin of een weiland
  3. 5. Dat je genoeg plek hebt
  4. 7. Minister is iemand die samen met anderen een land bestuurt