Across
- 4. onder het dak
- 8. de kast ........tussen de bedden
- 9. waar de vaatwasmachine staat
- 10. living
- 13. naast het bed staat een........
- 15. een kleine lamp
- 16. om van het gelijkvloers naar de eerste verdieping te gaan
Down
- 1. een bed voor 1 persoon
- 2. het bord .......aan de muur
- 3. de deur voor-aan
- 5. een kast met laden
- 6. in deze kamer staat een bad
- 7. niet onder maar.......
- 8. de kamer waar je slaapt
- 11. het huis heeft twee ......... en een zolder
- 12. een tafel en vier .........
- 13. niet er voor, niet er achter maar er…..(bij)
- 14. je moet kloppen op de deur want de......doet het niet
