het huis en de kamers vocabulaire 1L1/1L7/1M1

12345678910111213141516
Across
  1. 4. onder het dak
  2. 8. de kast ........tussen de bedden
  3. 9. waar de vaatwasmachine staat
  4. 10. living
  5. 13. naast het bed staat een........
  6. 15. een kleine lamp
  7. 16. om van het gelijkvloers naar de eerste verdieping te gaan
Down
  1. 1. een bed voor 1 persoon
  2. 2. het bord .......aan de muur
  3. 3. de deur voor-aan
  4. 5. een kast met laden
  5. 6. in deze kamer staat een bad
  6. 7. niet onder maar.......
  7. 8. de kamer waar je slaapt
  8. 11. het huis heeft twee ......... en een zolder
  9. 12. een tafel en vier .........
  10. 13. niet er voor, niet er achter maar er…..(bij)
  11. 14. je moet kloppen op de deur want de......doet het niet