Het lichaam

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. Lichaamsdeel waarmee je voorwerpen kan vasthouden.
  2. 3. Dit doe je tijdens en na een zware inspanning.
  3. 5. Vloeistof die in de mond wordt gemaakt.
  4. 8. Je hersenen worden beschermd door je ...
  5. 10. Deze spier zit in je mond. Jij gebruikt dit vooral om te babbelen.
  6. 12. Het wormvormig aanhangsel wordt ook wel eens zo genoemd. Als dit ontsteekt, heb je last van appendicitis.
  7. 14. Dit krijg je op je armen als het heel koud is.
  8. 15. Dunste soort aders die door ons lichaam lopen.
  9. 16. Ruggengraat.
  10. 19. Hiervan heeft een kind er 20 en een volwassene 32.
Down
  1. 1. Van dit product moet je elke dag minstens 1,5 liter drinken.
  2. 4. Je hebt er precies 20: 5 aan elke hand en 5 aan elke voet.
  3. 6. Mechanisme dat er voor zorgt dat ons voedsel verteerd wordt.
  4. 7. Geheel van botten dat er voor zorgt dat we rechtop kunnen staan.
  5. 9. Het lichaam bestaat uit 3 grote delen: het hoofd, de ledematen en de ...
  6. 11. Spier die er voor zorgt dat het bloed rondgepompt wordt in ons lichaam.
  7. 13. Bovenste deel van het been.
  8. 17. Van deze botten heb je er 10 paar gewone en 2 paar zwevende.
  9. 18. Ik heb geen benen, maar kan wel lopen.
  10. 20. Bovenste ledemaat.