Het noorden kwijt? Les 1

12345678910
Across
  1. 2. Wolken die vlak boven de grond hangen waardoor je niet ver kan zien (bijvoeglijk naamwoord).
  2. 4. Navigatie-instrument om de richting ten opzichte van het noorden te bepalen. (zelfstandig naamwoord)
  3. 6. Ergens extra op letten of over nadenken. (bijvoeglijk naamwoord)
  4. 7. Een bestuurder van een vliegtuig. (meervoud)
  5. 8. Ander woord voor de bovenkant van een kaart.
  6. 9. Iemand die voor zijn beroep op de zee vaart. (meervoud)
  7. 10. Dit heb je nodig wanneer je iets op een koelkast wil hangen - de naald in een kompas is een ... (zelfstandig naamwoord)
Down
  1. 1. Noorden, Oosten, Zuiden en Westen zijn ... (meervoud).
  2. 3. Iets wat plat ligt - tegengestelde van verticaal.
  3. 5. bepalen op welke plaats je bent.(werkwoord)