Across
- 3. Ik ben rood en rond maar ik ben geen vrucht
- 5. Ik ben rond en ik maakt frietjes
- 7. Ik ben een groente en de kinderen houden niet van me
- 8. ik ben een vrucht met pitten binnen
Down
- 1. Ik ben erg zure en Ik ben groen of geel
- 2. Ik ben ronde en oranje
- 4. Ik ben groen of rood en ik besta in sap
- 6. Ik ben een vrucht dat jullie in een taart zetten
