Hoe goed ken je het bruidspaar ?

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. met deze tweewieler trekken ze er op uit
  2. 6. zij verkocht er lakens en slopen (2,5)
  3. 7. hij heeft er jaren gwerkt
  4. 8. deze jood wandelde door de familie
  5. 11. van deze gelden maakte hij zijn beroep
  6. 13. haar geboortestraat werd naar hem genoemd
  7. 15. zoveel kinderen en kleinkinderen kregen zij
  8. 16. daar zijn ze er uit maar ook wel thuis
  9. 18. zo heette haar moeder
  10. 19. uit hoeveel personen bestond het gezin van de bruid
  11. 20. hij liet het naar zijn pijpen dansen.
Down
  1. 1. dit huisdier bleef niet lang
  2. 3. zo heette zijn grootvader
  3. 4. op dit beest leven ze al jaren
  4. 5. deze bloem hoort bij zijn geboortestraat
  5. 8. zij woonde er en Lotje leerde er lopen
  6. 9. zo heette zijn moeder
  7. 10. hier zijn ze hun weg begonnen
  8. 12. hij speelt er nog steeds op
  9. 14. zij is wat een keren vernoemd
  10. 17. zo heette hun beider grootvaders