Hoofdstuk 2 mavo 2

12345678910111213
Across
  1. 3. Geld dat je overhoudt geef je niet uit, maar bewaar je voor later.
  2. 6. Bij lenen is rente een vergoeding dat je aan de bank betaalt voor het gebruiken van hun geld.
  3. 8. Het bedrag dat op je bankrekening staat.
  4. 10. Geld gebruiken dat van een ander is.
  5. 11. Geld op je bankrekening, het is niet tastbaar.
  6. 13. Betalen via internet, met je bankpas of met je telefoon.
Down
  1. 1. Tastbaar geld in de vorm van munten en bankbiljetten.
  2. 2. Een vast bedrag dat je elke maand betaalt voor rente en aflossing van een lening.
  3. 4. Geld terug betalen dat je geleend hebt.
  4. 5. Geld kun je gebruiken als spaarmiddel, al rekenmiddel of als ruilmiddel.
  5. 7. Ruil waarbij je geld als ruilmiddel gebruikt.
  6. 9. Een vergoeding die je krijgt van de bank voor jouw spaargeld. Rente wordt berekend in procenten per jaar.
  7. 12. Je ruilt een goed of dienst tegen iets anders zonder geld te gebruiken.