hoofdstuk 9

12345678910111213141516171819
Across
  1. 4. genieten van je eten of drinken
  2. 6. meel en water door elkaar
  3. 7. op eieren zitten. Tot er jonge vogels uit komen
  4. 8. een klas in een school
  5. 9. makkelijk
  6. 11. je verstoppen
  7. 15. als je het niet kunt zien
  8. 16. leeg
  9. 19. je bent niet eerlijk
Down
  1. 1. buiten eten, je neemt je eigen eten mee
  2. 2. iemand die iets komt kopen
  3. 3. met kleine hapjes eten
  4. 5. een groen plantje. Het is zacht
  5. 6. hard lopen
  6. 10. als je veel en snel eet en drinkt
  7. 12. een rover die zich in de struiken verstopt
  8. 13. iets wat je opschrijft over wat er gebeurd is
  9. 14. deftig, duur
  10. 17. als je heel veel wilt hebben
  11. 18. je gebruikt het om te denken