inoefenen woordenschat thema 2A ´Dieren in fabels´

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 4. Hiermee kunnen bijen en wespen steken
  2. 7. Diersoort waarvan de jonkies in de buik groeien en melk drinken bij hun moeder
  3. 12. Het geluid wat ganzen maken.
  4. 14. Mieren ....... voedsel voor in de winter
  5. 15. Heel zachte veertjes
  6. 16. Ergens tussendoor glijden: De vissen.......door het net.
  7. 17. Diersoort met 6 pootjes
  8. 19. Een ander woord voor bijzonder.
Down
  1. 1. Zo heet een mannetjes bij
  2. 2. Als er van één diersoort ineens heel veel zijn en wij daar las van hebben
  3. 3. Iemand die bijen houdt
  4. 5. Bek en neus van een dier
  5. 6. Hierin bewaren bijen honing
  6. 8. Heel kleine stukjes ergens vanaf bijten.
  7. 9. Een ander woord voor muil
  8. 10. Vlies tussen de vingers of tenen
  9. 11. Spriet op de kop van een insect
  10. 13. Een hok voor kippen.
  11. 18. Water langs een weiland, door de mensen gegraven.
  12. 20. Het tegenovergestelde van zwaar