Inoefenen woordenschat thema 2B - MB

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 7. Een soort pakeerplaats voor schepen
  2. 8. Weggaan omdat er gevaar is
  3. 9. Als de zee dichtbij is er dus minder strand te zien is.
  4. 13. Zo vol zijn dat wáter eruit stroomt
  5. 14. Door mensen gegraven rivier
  6. 15. De hoogte van de zee
  7. 16. Heel erg nat
  8. 19. Een schip dat bedoeld is om goederen te vervoeren.
  9. 20. Als de zee ver weg is en er dus veel strand te zien is.
  10. 21. Het tegenovergestelde van tegenhouden
  11. 23. Wat wáter of lucht doorlaat
  12. 24. Je bang voelen
Down
  1. 1. Een beetje nat
  2. 2. Ervoor zorgen dat iemand of iets niet in gevaar komt
  3. 3. Heuvel van zand met planten, dichtbij de zee
  4. 4. Overgang tussen het land en een rivier
  5. 5. Omlaag gaan
  6. 6. Ander woord voor inspecteren
  7. 8. In het wáter doodgaan doordat je geen adem meer kunt halen
  8. 10. Een gat maken door grond weg te halen
  9. 11. Als er geen wáter doorheen komt
  10. 12. Deel van het land dat lager ligt dan de zee
  11. 17. Naar een andere plaats brengen
  12. 18. Iemand die als beroep op een schip vaart
  13. 22. Gebied dat langs de zee ligt