Inrichten

123456789101112
Across
  1. 2. de route die je loopt in een ruimte om van de ene plek naar de andere plek van de ruimte te gaan.
  2. 4. ventilatie in de ruimte waar activiteiten zijn wordt een open deur opengezet naar een ruimte waarin geventileerd word met buitenlucht.
  3. 6. de manier waarop tafels en stoelen in een ruimte worden gezet.
  4. 7. ruimte een ruimte die voor verschillende doeleinden gebruikt word.
  5. 9. dat is de hoogte van het werkblad waar op je werkt.
  6. 11. hoeveel vocht er in de lucht zit, dit kan weinig zijn of veel.
  7. 12. ventilatie in de ruimte waar activiteiten zijn, word geventileerd gelijk met de buiten licht.
Down
  1. 1. een controle of de apparaten die geluid moeten versterken het goed en goed klinken.
  2. 3. de temperatuur in een omgeving.
  3. 5. de ruimte ziet er netjes uit en alle materialen staan klaar.
  4. 8. de plek waar je werkzaamheden uitvoert, het moet er altijd gemakkelijk en veilig zijn.
  5. 10. lossen elementen in een inrichten waarmee je sfeer kunt creƫren.