Introduction de la langue Francaise

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Across
  1. 5. ziekenwagen
  2. 9. autostalling
  3. 13. level van bijvoorbeeld een spel
  4. 14. iets wat bij een mode-outfit hoort
  5. 17. niet gespeelde film die over ware gebeurtenissen gaat
  6. 20. stoep
  7. 21. lange nette broek
  8. 22. avondmaaltijd
  9. 24. verdieping
  10. 26. hier toont de winkel zijn mooiste spullen
  11. 28. schrijftafel
  12. 29. busbestuurder
  13. 31. hier kun je lekker eten
  14. 33. paarse groente
  15. 36. beschermt je tegen de felle zon
  16. 37. muts die aan je jas vastzit
  17. 38. (achtergrond)artikel voor een krant of nieuwsuitzending
  18. 41. leidinggevende
  19. 42. mapje voor je pennen
Down
  1. 1. bij iemand slapen
  2. 2. grenswacht
  3. 3. groene groente (lijkt op komkommer)
  4. 4. schrijver voor een krant
  5. 6. lekkernij
  6. 7. typisch Frans broodje
  7. 8. prikkertje om iets aan de muur vast te zetten
  8. 10. presentje als je jarig bent
  9. 11. persoonlijk
  10. 12. vergeving, (als uitroep:) neem mij niet kwalijk
  11. 15. afpersing
  12. 16. WC
  13. 18. kaartjescontroleur in de trein
  14. 19. wekt de belangstelling
  15. 23. niet erg stijlvol
  16. 25. zoldering
  17. 27. valscherm voor als je uit het vliegtuig springt
  18. 28. krachtige soep voor als je ziek bent.
  19. 30. slachthuis
  20. 31. wraak
  21. 32. lekker luchtje
  22. 34. wat neem je mee op vakantie?
  23. 35. na het sporten ga je onder de………
  24. 39. ingang
  25. 40. oorsprong, afkomst, waar je vandaan komt