Across
- 4. blikje
- 6. bakken
- 8. vis
- 10. verslaan
- 12. wedstrijd
- 13. in rekening brengen
- 15. echter
- 16. bestellen
- 19. schreeuwen
- 21. chips
- 23. aardbei
- 25. doos
- 26. rekening
- 27. bijgerecht
- 28. fles
- 29. bevatten
- 30. pindakaas
- 32. kauwgum
- 35. bord
- 36. blijkbaar
- 38. snel
- 39. eerlijk
Down
- 1. worstje
- 2. geweldig
- 3. gezond
- 5. stikken
- 7. toevoegen
- 9. smaak
- 11. groenten
- 12. knapperig
- 14. wortel
- 17. regenboog
- 18. vlees
- 20. verwachten
- 22. winkelmandje
- 24. honger hebben
- 31. beschikbaar
- 32. creƫren
- 33. ongelooflijk
- 34. peper
- 37. bakken frituur
