Across
- 4. Deze persoon werkt in een kantoor met een computer.
- 6. Deze persoon helpt oude of zieke mensen.
- 9. Deze persoon werkt in een ziekenhuis en helpt zieke mensen.
- 12. Deze persoon knipt en stylet haar.
- 13. Deze persoon werkt met elektriciteit en machines.
- 14. Deze persoon werkt in een rechtbank.
- 15. Deze persoon ontwerpt machines, bruggen of gebouwen.
Down
- 1. Deze persoon helpt dieren wanneer ze ziek zijn.
- 2. Deze persoon helpt klanten in een winkel.
- 3. Deze persoon helpt leerlingen in een klas.
- 5. Deze persoon werkt om misdaad te stoppen.
- 7. Deze persoon maakt kantoren, scholen of hotels schoon.
- 8. Deze persoon herstelt auto’s en machines.
- 10. Deze persoon werkt in een kantoor en schrijft e-mails.
- 11. Deze persoon ontvangt bezoekers en neemt de telefoon op.
