juf Wilma - De Verbinding 5-1

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546
Across
  1. 5. iets dat in een fabriek gemaakt wordt
  2. 13. geneesmiddel
  3. 15. wat je voor iets moet betalen
  4. 16. ergens vandaan halen
  5. 17. kijken hoe groot iets is
  6. 18. werk dat boeren op het land doen
  7. 19. iets wat gevallen is van de grond oppakken
  8. 21. plaatsen waar dingen gemaakt worden
  9. 22. een stuk land waar groente of graan op groeit
  10. 28. iets van een boom of een struik halen
  11. 31. een groot gebouw met machines
  12. 32. een man die de heg knipt en de bloemen water geeft
  13. 33. geld krijgen voor je werk
  14. 35. rijden en het stuur vasthouden
  15. 36. iets in je handen hebben zodat het niet valt
  16. 39. een grote auto met veel ruimte om spullen te vervoeren
  17. 42. ergens de fout uit halen
  18. 44. antwoord op een vraag of probleem
  19. 45. ander woord voor fout
  20. 46. een gat in de grond maken
Down
  1. 1. mensen die voor hun werk op letten of iedereen zich aan de regels houdt
  2. 2. lijmen
  3. 3. een groot stuk gereedschap
  4. 4. een apparaat dat sneller werkt dan mensen
  5. 6. een man of vrouw die mensen beter maakt
  6. 7. apparaat waarmee je op afstand met iemand kunt praten
  7. 8. zware dingen dragen
  8. 9. schoolwerk dat je thuis moet maken
  9. 10. iets nieuws ontdekken of verzinnen
  10. 11. iemand die dingen maakt van metaal
  11. 12. iemand die werkt in het leger
  12. 14. een toestel om foto of film te maken
  13. 15. voor je plezier iets maken van materiaal
  14. 19. iets steeds opnieuw doen
  15. 20. iemand die je helpt om je spullen naar een ander huis te brengen
  16. 23. een stuk hout in stukken verdelen
  17. 24. taak die je hebt gekregen
  18. 25. precies op elkaar lijken
  19. 26. opletten
  20. 27. grote winkel waar je veel dingen kunt kopen
  21. 29. met een schaar een snee maken
  22. 30. iemand die dingen maakt van hout
  23. 34. getallen bij elkaar tellen
  24. 37. winkel waar je medicijnen kunt kopen
  25. 38. verder werken
  26. 40. een klokje met een bel of een zoemtoon die je wakker maakt
  27. 41. ergens zitten als je moe bent
  28. 43. mensen die ergens naar toe gaan om te kijken of te kopen
  29. 45. ergens verf op smeren