Across
- 2. Waarin een keizer woont.
- 3. het is .... in de klas.
- 5. Iets wits in je mond.
- 7. Wollige dieren.
- 10. Een ander woord voor verdrietig.
- 11. Met wat je een kaars aan steekt.
- 13. Waarmee ik de deur mee open doe.
- 14. Een plank op vier wieltjes.
- 15. De ...... van Jommeke.
- 16. Ik zit in een ...... als ik op reis ga .
- 20. Waar je iets kan drinken en eten.
- 22. Tafel in je living.
- 23. Waarop je punten staan van in het school.
- 24. De ........ van belgie is brussel.
- 25. Iemand die mensen helpt met genezen.
- 27. Waarmee ik een cijferslot mee opendraai.
- 29. Een vrouw die je les geeft in het school.
- 30. Waar ik in lees.
Down
- 1. Wezens op Aarde.
- 3. Als je met een doekje tegen een bloederige wonde drukt.
- 4. Groote driehoek in de woestijn.
- 6. 5000 + 5000 = 10000
- 8. Haar op je kin.
- 9. Wat vrouwen om hun nek dragen.
- 12. Het eerste deel: een ander woord voor cel, tweede deel: wat je krijgt als je iets stouts hebt gedaan.
- 13. Een ander woord voor splitsen.
- 17. Waar een iskimo in woont.
- 18. Wat je boven je houdt als het regent.
- 19. hond die in het water leeft.
- 21. Iemand met zwaard en een schild.
- 26. Een groen soort fruit met op de schil haartjes.
- 28. ER is veel ..... in Irak en Afganistan.
- 31. Dier met vlekken en het staat in de wei.
