Kapitel 5

123456789101112131415
Across
  1. 1. dit heb je in de toetsweek
  2. 3. als je alle kaarsjes tegelijk uitblaast mag je dit doen
  3. 5. de baas van een bedrijf
  4. 6. maakt schilderijen
  5. 9. goed voor het mileu
  6. 12. dit krijg je aan het einde van de maand als je werkt
  7. 14. in een bedrijf moet je dit doen, anders word je ontslagen
  8. 15. als je niet aan het werk bent
Down
  1. 2. hotel, restaurant, café
  2. 4. als je geen werk hebt
  3. 7. voor je sport heb je dit vaak op zaterdag of zondag
  4. 8. dit moet je volgen om een beroep uit te oefenen
  5. 10. na de middelbare school gaan veel leerlingen dit doen
  6. 11. bestuurt een vliegtuig
  7. 13. benaming voor iemand die iets koopt in een winkel