Kenmerken van de Belgische staat

123456789101112131415161718
Across
  1. 3. Verklaring waarbij men de grondwetsartikelen aanduidt die in aanmerking komen om gewijzigd te worden.
  2. 4. Elke handeling of uitspraak van de koning die een politieke weerslag zou kunnen hebben, moet gesteund worden door een minister. De koning is...
  3. 6. De zwijgplicht die van kracht is nadat men door de koning in audiëntie is ontvangen.
  4. 7. De koning kan nooit ter verantwoording geroepen worden door het parlement. De koning is
  5. 8. Een staat die de burgers beschermt tegen de willekeur van de overheid.
  6. 10. Federalisme waarbij de federale staat ontstaan is door samenwerking van onafhankelijke entiteiten en waarbij deze onafhankelijke entiteiten samen enkele bevoegdheden uitoefenen.
  7. 12. Regeringsvorm waarbij een parlement verkozen wordt dat de bevolking moet vertegenwoordigen.
  8. 14. Staatsvorm waarbij de macht uitsluitend bij de centrale overheid ligt. Er kunnen bevoegdheden doorgegeven worden aan regionale organen, maar de centrale overheid kan die macht op elk moment beperken.
  9. 15. Federalisme waarbij er bevoegdheden van de unitaire staat overgeheveld worden naar de deelstaten.
  10. 17. Stemrecht waarbij je een aantal stemmen krijgt afhankelijk van hoeveel cijns (belastingen) je betaalt.
  11. 18. Een monarchie waarbij de rol en de bevoegdheden van de koning vastgelegd zijn in de grondwet.
Down
  1. 1. Stemplicht waarbij iedere burger één stem krijgt.
  2. 2. Stemplicht waarbij elke burger minimum één stem krijgt, maar waarbij je meerdere stemmen kan krijgen door het betalen van cijns of door je positie in de maatschappij.
  3. 4. De verplichting om op de dag van de verkiezingen je aan te melden in het stemlokaal en het stembiljet in de stembus te deponeren
  4. 5. De koning kan niet voor een rechtbank gedagvaard worden. De koning is
  5. 9. De macht wordt verdeeld over verschillende instellingen of personen, zodat de macht niet kan misbruikt worden.
  6. 11. Meerderheid waarbij twee derde van de parlementsleden aanwezig moet zijn voor de stemmen en waarbij twee derde van de aanwezige parlementsleden voor moet stemmen.
  7. 13. De koning mag publiekelijk geen politieke uitspraken doen. De koning is
  8. 16. Staatsvorm waarbij de macht verdeeld is tussen de centrale overheid en de deelstaten. De deelstaten hebben bevoegdheden die niet door de centrale macht kunnen ingeperkt worden.