Across
- 4. de breedte en de
- 6. Ik ben bang. Ik heb
- 9. Het schip ligt aan
- 11. Ik krijg een pakje of een
- 13. We komen binnen langs de
- 14. niet rechts, maar
Down
- 1. De a is geen medeklinker, maar een
- 2. Hoor je de ... van de piano?
- 3. Ik zit op een
- 5. niet kort, maar
- 7. Je doet stookolie in een
- 8. Een nagel uittrekken met een
- 10. Geen duivel maar een
- 12. Ik vind het griezelig of
