Across
- 3. (al. 1) – verzamelen
- 6. (al. 3) – door dijken omgeven en droog maken
- 10. (al. 1) – tegenwoordige
- 11. (al 6) – geschreven bericht, dat via een openbaar telecommunicatienetwerk wordt verstuurd
- 12. (al. 1) – in een enkel geval
- 14. (al. 2) – inderdaad; echt
- 15. (al. 2) – instelling; organisatie met een bepaalde taak
- 16. (al. 3) – inhouden; als inhoud hebben
- 17. (al. 7) – een andere naam geven
- 19. water halen (al. 2) – tevoorschijn halen
Down
- 1. (al. 7) – krachtig; hier: enorm; heel erg
- 2. (al. 5) – een beetje zout
- 4. behoeve van (al. 3) – voor; ten bate van
- 5. (al. 7) – in de volgorde zoals genoemd; hier hoort 15 (op de 1.000) dus bij huwelijken die door overlijden eindigen en 10 op de 1.000 hoort bij huwelijken die door scheiden eindigen
- 7. (al. 5) – paren (van vissen)
- 8. (al. 6) – afgezonderd; zonder contact met anderen
- 9. staan (al. 1) – en al helemaal niet …; en dan spreken we nog niet eens over …
- 13. (al. 1) – gebaseerd op het verzamelen, bewerken en interpreteren van gegevens met betrekking tot aantallen
- 16. (al. 3) – beschermen
- 18. water (al. 1) – vloed (het tegenovergestelde van ‘eb’)
