Kruis(werk)woord Spelling

1234567891011121314151617181920212223242526272829
Across
  1. 3. Hans (racen, v.t.) als een gek naar de wc.
  2. 6. Zij (wenden, v.t.) de bood net op tijd.
  3. 11. Hij (erven, v.t.) het huis van zijn tante.
  4. 14. Het vliegtuig (landen, t.t.) precies op tijd.
  5. 15. Hij heeft die kuren wel vaker (vertonen, v.d.).
  6. 16. Omdat het (misten, v.t.) reed men op de snelweg niet harder dan 80km/u.
  7. 18. Afgelopen zomervakantie hebben wij minstens twee keer per week (barbecueën, v.d.)
  8. 21. Daar heb ik niet voor (pleiten, v.d.)
  9. 22. Van Basten heeft gezegd dat hij dat telefoontje direct (beantwoorden, t.t.).
  10. 23. Ook met (vergroten, v.d.) letters kon hij het niet lezen.
  11. 24. Zij hebben elke dag (bingoën, v.d.).
  12. 25. De rector (fronsen, v.t.) zijn wenkbrauwen.
  13. 26. (Claimen, v.t.) deze sporter vorige maand niet dat hij nooit stimulerende middelen heeft gebruikt?
  14. 28. Die zender (zenden, v.t.) dat programma vorige week nog uit.
  15. 29. Zij (fitnessen, t.t.) nu drie keer in de week.
Down
  1. 1. Hij (lachen, v.t.) omdat hij het verwachtte.
  2. 2. De verdachte heeft nog niet (bekennen, v.d.).
  3. 4. Daarmee (beïnvloeden, t.t.) je hem wel degelijk.
  4. 5. Hij (skateboarden, t.t.) tegenwoordig elke dag.
  5. 6. Dat (worden, t.t.) je broer vast niet in dank afgenomen.
  6. 7. Ik kon het niet horen, omdat hij (niezen, v.t.).
  7. 8. Hij heeft de goede antwoorden (deleten, v.d.)
  8. 9. Die spellingsregel (leiden, t.t.) mij naar het goede antwoord.
  9. 10. Hij (melden, t.t.) dat wel per e-mail.
  10. 12. Wij (douchen, v.t.) daar met koud water.
  11. 13. Het bedrijf (storten, v.t.) het afval illegaal in Afrika.
  12. 17. Ik (verbinden, v.t.) het direct.
  13. 19. Die politica heeft dat vaker (beweren, v.d.).
  14. 20. Zij (verbeelden, t.t.) zich dat ze op Pamela lijkt.
  15. 21. Die leugenaar heeft niemand ooit meer (geloven, v.d.).
  16. 27. Van Persie (missen, v.t.) de penalty niet.