Kruiswoordpuzzel thema 5

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 6. Met je tanden in iets happen. o
  2. 9. Het feit dat iets anders wordt dan het eerst was.
  3. 11. Houten of stenen rand onder een deur.
  4. 12. Iets uit het verleden dat je nog weet.
  5. 14. Zonder dat het veel moeite kost.
  6. 16. Wat je met je neus ruikt.
  7. 17. Been van een dier of van een stoel of tafel.
  8. 19. Plotseling tevoorschijn komen.
  9. 20. Vol energie en beweging,duidelijk aanwezig
  10. 21. Zichzelf of iets anders als minder goed dan de rest zien.
  11. 22. De ene activiteit na de andere doen zodat het niet saai is.
  12. 23. Bang en onrustig voor iets dat gaat gebeuren
Down
  1. 1. Niets zeggen, stil zijn
  2. 2. Wat je met je zintuigen merkt of registreert.
  3. 3. Iets dichtmaken of ergens een einde aan maken.
  4. 4. Wat je ziet of je in je hoofd voor je ziet, bijvoorbeeld op een foto.
  5. 5. Waarschijnlijk maar niet helemaal zeker.
  6. 7. Iemand laten leren voor een beroep of studie, begeleiden
  7. 8. een klein stukje van een herinnering of gesprek.
  8. 10. Sterke angst voor iets dat kan gebeuren.
  9. 13. Zenuwachtig en niet ontspannen. \
  10. 15. Geen interesse of gevoel tonen voor iets.
  11. 18. Een situatie of gebeurtenis groter / erger maken dan het is.
  12. 19. toevallig iets leren/horen.