Across
- 6. Met je tanden in iets happen. o
- 9. Het feit dat iets anders wordt dan het eerst was.
- 11. Houten of stenen rand onder een deur.
- 12. Iets uit het verleden dat je nog weet.
- 14. Zonder dat het veel moeite kost.
- 16. Wat je met je neus ruikt.
- 17. Been van een dier of van een stoel of tafel.
- 19. Plotseling tevoorschijn komen.
- 20. Vol energie en beweging,duidelijk aanwezig
- 21. Zichzelf of iets anders als minder goed dan de rest zien.
- 22. De ene activiteit na de andere doen zodat het niet saai is.
- 23. Bang en onrustig voor iets dat gaat gebeuren
Down
- 1. Niets zeggen, stil zijn
- 2. Wat je met je zintuigen merkt of registreert.
- 3. Iets dichtmaken of ergens een einde aan maken.
- 4. Wat je ziet of je in je hoofd voor je ziet, bijvoorbeeld op een foto.
- 5. Waarschijnlijk maar niet helemaal zeker.
- 7. Iemand laten leren voor een beroep of studie, begeleiden
- 8. een klein stukje van een herinnering of gesprek.
- 10. Sterke angst voor iets dat kan gebeuren.
- 13. Zenuwachtig en niet ontspannen. \
- 15. Geen interesse of gevoel tonen voor iets.
- 18. Een situatie of gebeurtenis groter / erger maken dan het is.
- 19. toevallig iets leren/horen.
