Across
- 2. Stel je vertrouwen niet op mensen of op prinsen maar op ...
- 4. Hij is het .... der wereld.
- 9. Beperking van je vrijheid.
- 11. Iets wat iemand voor een ander moet uitvoeren.
- 14. iemand die weinig gel of bezit heeft verkeerd in .......
Down
- 1. Jezus noemde zijn discipelen het .... der aarde.
- 3. Een handeling waar bij je je handen vouwt en je ogen sluit.
- 5. Onze Vader Het volmaakte gebed wat Jezus zijn discipelen leerde.
- 6. Hoge heuvel waarop Jezus vaak preekte.
- 7. Je gelaat, gewaad en gepraat vormt je ............
- 8. Woorden die Jezus op de berg heeft uitgesproken.
- 10. Een handeling waar bij je weinig of niest eet.
- 12. De discipelen die Jezus volgen. Vormen het nieuwe ......
- 13. Jezus werd ook vel de meerdere ..... genoemd.
