Across
- 3. Met dit ding kun je varen.
- 5. Dit pak je als je op vakantie gaat.
- 6. Hier lopen boeren op
- 8. Een bekende Hollandse bloem.
- 9. Dit land grenst aan Duitsland, België en luxemburg
Down
- 1. Aan dit ding zitten wieken en ze gaan draaien als het waait
- 2. ik ga op ... naar Italië
- 4. In de Noordzee kun je ...
- 6. Dit wordt gemaakt van melk en is een typisch Hollands product
- 7. Er is hier veel zand en het ligt aan de zee.
- 10. Het ... vaak in Nederland.
