Across
- 4. je moet het boek niet ..... Ik heb het nodig! (oublier)
- 6. (être à la) maison
- 8. wij wonen .... We wonen in dezelfde straat
- 9. ..... op! je moet hier stoppen! (attention)
- 10. chercher
- 12. Hij wil ... om je te helpen (passer)
- 15. à l'instant
- 16. Wij .... op het platteland
Down
- 1. Ik ben op .... naar iemand. (à la recherche de)
- 2. Ik heb een probleem. Kun je me ..... ?
- 3. Ik ben ziek maar ik denk dat ik .... ga werken (quand même)
- 4. We verhuizen maandag naar Amsterdam. (déménager)
- 5. Help me. Ik heb je ....
- 7. tout à l\'heure
- 11. Kan je me ... helpen?
- 13. Wat is het ... van de politie? Ik wil ze bellen.
- 14. Tout de suite
- 16. Ik ga volgende .... naar Frankrijk
