Across
- 3. Toen de tijd naderde dat ....... van de aarde zou worden weggenomen
- 4. Tegen een .... zei hij: ‘Volg mij!’
- 5. ga jij op weg om het ........ van God te verkondigen
- 7. De ..... hebben holen
- 9. Ik zal u ...... waarheen u ook gaat.
Down
- 1. maar de ..... kan zijn hoofd nergens te ruste leggen
- 2. Toen de leerlingen Jakobus en ..... merkten dat Jezus niet welkom was
- 6. ging hij vastberaden op weg naar .............
- 8. en de ...... hebben nesten,
