Across
- 2. Niet proper maar ... .
- 3. Niet weinig maar ... .
- 5. Waarmee je kan knippen.
- 7. Geen appel maar een ... .
- 8. Iemand die steelt, is een ... .
Down
- 1. Het is rond en je hebt er twee aan je fiets.
- 3. Na drie komt ... .
- 4. De man heeft geen haar, hij is ... .
- 5. Niet recht maar ... .
- 6. Een dier dat graag bananen eet.
