Across
- 4. Je antwoordt niet met 'ja' of 'nee' maar je geeft ook een uitleg of een reden.
- 7. Je verandert een woord van vorm
- 8. Waarom gebeurt er iets?Wat is de oorzaak?Wat is het begin?
- 9. Je antwoordt kort, met zo min mogelijk woorden.
Down
- 1. De gebeurtenissen opschrijven in de volgorde waarin ze gebeuren.
- 2. Je verwoordt of legt iets uit met een goede zin.
- 3. Recent,nog maar net gebeurd.Wat nu in het nieuws is,hedendaags.
- 5. Dit is een aanwijzing.
- 6. Je vraagt om raad of zoekt advies en informatie
