Kruiswoordraadsel Genetica

12345678910
Across
  1. 2. Erfelijke vorm van chronische bloedarmoede als gevolg van een transversie in het gen voor hemoglobine; de rode bloedcellen zijn sikkelvormig.
  2. 4. en epistasie Een epistatisch ('bovenstaand') gen maskeert het fenotypisch effect van een ander gen (dit laatste is dan hypostatisch ). Het epistatisch gen kan dominant zijn. Zo zal bij een wit geworden G-schimmel niet meer zichtbaar zijn welke kleur oorspronkelijk aanwezig was. Het epistatisch gen kan ook recessief zijn. Bijvoorbeeld als je witte reukerwten kruist en dat leveren purperen exemplaren. Je hebt twee dominante allelen nodig voor paars, slechts één dominant wit.
  3. 5. factoren Sommige genen zijn van levensbelang en als deze niet zo goed meer functioneren, spreekt men van .... Bijvoorbeeld: de naaktfactor bij naakthonden.
  4. 8. Het verschijnsel dat de meeste genen verschillende effecten hebben op het uiterlijk van een organisme. Bijvoorbeeld het allel voor sikkelcelanemie.
  5. 9. Waarneembare kenmerken van een individu. Bijvoorbeeld: haarkleur.
  6. 10. Eigenschap van een erfelijk kenmerk dat bij overerving een ander kenmerk overheerst. Bijvoorbeeld: de gele zaadkleur is dominant over de groene zaadkleur.
Down
  1. 1. Een statistisch begrip dat weergeeft hoe vaak het afwijkend fenotype wordt vastgesteld bij individuen met het afwijkend genotype. Bijvoorbeeld: Penetrantie 80% wil zeggen dat bij alle personen met een afwijkend genotype, 80% ook een afwijkend fenotype hebben.
  2. 3. De mate waarin een gen een fenotypisch effect teweegbrengt. Bijvoorbeeld: bij personen met polydactylie (meer vingers of tenen hebben dan normaal) wordt dit van een eigenschap gemeten door hoe compleet de extra tenen en vingers zijn.
  3. 6. Eenheid van overerving met een chromosomale locus; DNA-fragment voor de aanmaak van een polypeptide of een RNA-molecule. Bijvoorbeeld: zaadkleur.
  4. 7. Werking van een allelenpaar kan alleen tot uiting komen als van een ander allelenpaar het dominante allelenpaar aanwezig is. Vb. gehoor
  5. 8. De samenwerking tussen meerdere genen om 1 kenmerk tot stand te brengen. Bijvoorbeeld: oog- en huidskleur.