Across
- 2. morgen heb je ...
- 4. dit moet je vandaag vroeg doen
- 5. zo heet jouw zus
- 7. dit instrument speel jij
- 9. in juli ga je naar ...
- 10. over 2 weken is het ...
Down
- 1. dit ben je nu
- 3. zo heet jouw knuffel
- 6. hier ligt Ponypark City
- 8. Hier moet je nu in
- 11. zo heet jouw broer
