Across
- 1. De ... schijnt heel hard.
- 3. Je doet het met een schip.
- 5. Je bouwt het op het strand.
- 6. Je neemt het mee op reis en je steekt er al je kleren in.
- 8. Er zit veel zout water is, het is de ... .
- 9. Het ligt voor de zee.
Down
- 1. Ik ga ... in de zee.
- 2. Je draagt het op je hoofd tegen de zon.
- 3. Je gaat er mee naar een ver land op reis.
- 4. Het beschermt je tegen de zon.
- 6. Jij gaat op ... naar Spanje.
- 7. Je doet het met je voeten.
