Across
- 2. jullie moeten
- 5. ik zie
- 7. jullie komen te weten
- 9. wij maken klaar
- 10. jij kan
- 12. jullie gaan binnen
- 14. ik bewaar
- 15. ik noem
- 17. wij blijven over
- 19. jullie zijn aanwezig
Down
- 1. zij weten niet
- 3. jij vindt
- 4. zij onthullen
- 6. zij versieren
- 8. wij bezitten
- 10. wij kunnen
- 11. jij staat
- 13. hij woont
- 16. ik lig
- 18. ik ben
