Across
- 1. Iemand die veel grapjes uithaalt is een .............
- 4. De vastentijd in de Islam.
- 6. In ons boek zijn we bezig met ......... 8 : water.
- 9. In Australiƫ leven er veel ................
- 10. In de voetbal zit ik met 11 samen, wij zijn een..............
- 11. Ik wil ............. van de jeugdbeweging worden.
- 12. Als de juf wilt controleren dat we de woorden van spelling kennen, doet ze een .............
- 14. Op deze plek hangen veel schilderijen en voorwerpen van kunstenaars.
Down
- 1. In de helft van mijn benen, heb ik 2.............
- 2. Als ik wacht op de trein die toekomt, sta ik op het ..........
- 3. Ik maak mijn valies want ik ga op .................
- 5. Aan de zee staan vele hoge ............... om in te wonen.
- 7. In sprookjes is niet alles waar, ze gebruiken dus veel .........
- 8. Als ik de trein wil nemen, ga ik een ticket kopen aan het ..........
- 13. In onze stad zijn er veel ......... om iets te gaan drinken.
